Het nut van hoenders
Onze hobby loopt met rasse schreden achteruit, dat wil zeggen de tentoonstellingliefhebbers verminderen.
Het aantal liefhebbers voor kippen voor de lol of het eitje neemt echter toe in ons land.
Houders van Pluimvee lopen tegenwoordig voorbij aan de oorspronkelijke drijfveer van het houden van hoenders, het vlees, de eieren, mest of veren.
Tegenwoordig houden en fokken we hoenders om een zo mooi mogelijk dier in de kooi te krijgen.
We streven veerschoonheid na, daarbij verliezen we de oorspronkelijke nut eigenschappen uit het oog.
Het opeten van je eigen dieren is in ons land vaak een gevoelig onderwerp, in België en zeker in Frankrijk wordt daar geen enkel probleem van gemaakt.
Daar vind je in elk clubblad wel 1 of meerdere recepten, ook op tentoonstellingen zie je standjes met producten die van de tentoongestelde dieren zijn te maken.
Bij ons verdwijnt wel eens een overtollig haantje in de soep en daar houdt het nut wel op, wat overblijft zijn de eieren die lust iedereen wel.
Nu missen wij de eetcultuur van de zuidelijk gelegen landen, toch kan het geen kwaad eens een balletje op te gooien.
Deze discussie is niet nieuw door de jaren heen zijn er mensen geweest die bezig zijn geweest met uiterlijke en nuttige eigenschappen, getuige de onderstaande uitspraken die ik heb mogen optekenen.
Blikjes jagen kost geld, het vlees verkoopt beter dan de veren, als je niets anders hebt dan stront heb je er niks aan.
Over het algemeen richten wij ons teveel naar de standaardeisen van onze hoenders.
Daarbij wordt niet of te weinig gekeken naar productie en of innerlijke kwaliteiten.
Toch liggen de speciale eigenschappen aan de oorsprong van het ontstaan van vele rassen.
Bijna elke club die actief is op het gebied van dieren heeft als doelstelling in de statuten staan het in standhouden en bevorderen van het ras. Zouden we de speciale nuteigenschappen van verschillende rassen niet kunnen gebruiken om ze te promoten en ze zo meer in de belangstelling te krijgen.
Nu moet je met iets “nieuws” ergens beginnen, vaak moeten mensen langzaam aan een idee wennen, zeker in onze hobby.
Een goede start zouden meer eierenkeuringen kunnen zijn en bij de fok daadwerkelijk selecteren op de legeigenschappen.
Je kan selecteren op grootte van de eieren, de hoeveelheid, de kleur of een goede winterleg zonder bijlichten.
In Engeland zijn er bij elke grote show eierenkeuringen, ik heb de Engelse standaard vertaald om u een indruk te geven hier onder een korte samenvatting.
In Engeland kent men 5 categorieën of klassen collectie van 1 ei, 3 eieren en 6 eieren versierde of beschilderde eieren en open gebroken eieren waar van de inhoud beoordeeld word.
Bij deze laatste categorie kijkt men naar de versheid en de kwaliteit van de dooier en het dikke eiwit.
De dooier moet mooi van kleur zijn en mooi half rond in het midden liggen van het eiwit dit vereist enige kennis van de keurmeester bij het openbreken. Het eiwit rond de dooier moet dikker zijn dan het eiwit aan de buitenrand, ook moeten de hagelsnoeren aanwezig zijn net als de kiemschijf op de dooier.
Bloedspatten of andere ongerechtigheden in het ei zijn min punten.
Bij de externe keuring wordt gekeken naar de vorm, de schaalkwaliteit en de frisheid van het ei.
De collecties worden beoordeeld op gelijkheid in kleur, grote en vorm.
In België hebben verschillende shows de eierenshows al met succes ingevoerd.
Dat dit onderwerp nog lang niet uitgediept is blijkt wel in Merelbeke, daar houden ze voor het vierde jaar een eierenshow. Iedere inzender brengt 15 eieren en een trio hoenders van het ras dat de eieren gelegd heeft.
De eieren worden beoordeeld als collectie 7 eieren in een mandje, een bordje met 3 eieren externe beoordeling, 1 ei voor interne beoordeling en 4 reserve eieren.
De hoenders worden niet gekeurd, alleen wordt er gevraagd ze wel op een aanvaardbare kwaliteit te showen.
Onze hoenders zijn zo bijzonder, over een ei is zoveel te vertellen, laten we dit eens proberen uit te buiten in het belang van onze schitterende hobby.
Dirk de Jong
