Eigenlijk hoort het volgende artikel niet thuis op onze site. Immers als wij op vakantie zijn proberen wij die zoveel mogelijk ‘pluimveevrij’ te houden. Of past dit verhaal misschien toch wel op de site? We zijn immers een nieuwe rubriek Leden met een hobby gestart. Wel buiten mijn pluimvee liefhebberij heb ik, ofschoon ik geen praktiserend katholiek meer ben, nog een hobby die veel met mijn verleden te maken heeft; nl. dat  ik devotionalia van het rijke Rooms verleden heb verzameld en verder ben ik nog steeds zeer geïnteresseerd in geschiedenis en cultuur. Vandaar ons vakantieverhaal dat een mix is van beide hobby’s, dieren en cultuur, waar wij jullie graag deelgenoot van maken.

Vakantie in Sardinië

Onze vakantie was voor het eerst een niet-vliegvakantie. Immers voor vliegvakanties vanaf Schiphol kan je tegenwoordig alleen nog maar ’s nachts inchecken en in plaats daarvan, samen met een extra overnachting dicht bij de luchthaven en het parkeren, ben je met de auto al ruim voorbij Bern op weg naar onze eindbestemming van dit jaar: Sardinië. Wel een hele uitdaging voor ons zo’n autoreis! Onderweg een keer overnachten om ons vervolgens in Livorno in te schepen op een luxe ‘nachtferry’ naar het op een na grootste eiland in de Middellandse Zee.
In Livorno heb ik plotseling een dubbele confrontatie met mijn hobby dieren.
Ten eerste liggen de roots van het wereldberoemde hoenderras de Leghorn in deze stad, maar daarover later. Ten tweede een ontmoeting met honden, heel veel honden. En in tegenstelling tot buurland Spanje, dat bekend staat om zijn wreedheid tegenover honden, worden in Italië honden juist vertroeteld. Italianen nemen ze zelfs mee op vakantie! Bij benzinestations tref je er, net zoals in Duitsland, een ‘hundenbar’ met een drinkbak voor honden aan. En ook op het opperdek van de ferry was er, naast het prachtige zwembad, een speciale uitlaatplaats voor honden.
Sardinië is een prachtig eiland met een ongerepte natuur waar enorme rotsformaties het landschap markeren. Ook is het een duur eiland met in het Noordnoordoosten de Costa Smeralda, het Italiaans voor ‘Smaragdkust.
Costa Smeralda staat bekend om de mooie stranden en toeristische 'dorpen.' De kust is vanaf 1961 ontwikkeld tot luxe toeristengebied, toen prins Karim Aga Khan IV besloot er betoverende stranden te maken. Hij maakte hierbij gebruik van beroemde architecten, die in Costa Smeralda een bouwstijl ontwierpen die het paradijselijke gevoel van Costa Smeralda moesten versterken. Deze stijl werd vervolgens populair als 'typisch' Sardijnse stijl.
Het gebied met majestueuze villa’s en jachthavens zoals in Saint-Tropez en Monaco richt zich op de rijkere toeristen, waaronder metname Europese en Arabische Vips. De Italiaanse ex-premier Silvio Berlusconi heeft een villa in Costa Smeralda, waar hij gasten als Vladimir Poetin en Tony Blair ontvangt. Voor de Sardijnen is Costa Smeralda minder positief. De resorts zijn er meestal te duur en ook de werkgelegenheid wordt er niet door gestimuleerd in Sardinië, aangezien de horeca liever personeel aanneemt dat niet uit Sardinië komt.

Het binnenland is een stuk goedkoper, met prachtige ongerepte baaien die slechts met een zodiac, terreinwagen of flinke klimpartij bereikbaar zijn. De normaal bereikbare baaien zijn overvol met Italianen, zo vol dat zomerse dag op Zandvoort erbij in het niet valt. Er wordt er door de inheemse bevolking helemaal geen Engels, Frans of Duits gesproken, het is dan ook opletten als je uit eten gaat, want orgaanvlees van schapen is er dagelijkse kost. Voor ons echter mooi niet!
Terug naar de geschiedenis en cultuur. Het enig noemenswaardige zijn er de Nuraghi (meervoud van nuraghe) torens die in de bronstijd in Sardinië werden gebouwd. Ze behoren nu tot het belangrijkste archeologisch erfgoed van het eiland. Men schat, dat er meer dan 6500 gebouwd zijn. De Nuraghi zijn bijzonder aangezien ze gemaakt zijn van blokken steen die droog op elkaar gestapeld werden en de torens een hoogte konden bereiken van wel 19 meter.
Dus van het echt mooie cultuur opzuigen is het deze vakantie niet gekomen dus restte ons niet anders dan rond onze bungalow te blijven, met op vier meter een mooi zwembad voor de nodige afkoeling en dagelijkse ‘heilgymnastiek en ‘niet te vergeten een uitzicht op prachtige rots formaties. Ik keek iedere dag op de billen van Gina Lollobrigida!
Of op het terras waar ik mij in de geschiedenis van Garibaldi verdiepte. Giuseppe Garibaldi een nationalistische strijder voor de Italiaanse eenwording; het Risorgimento. Tussen Sardinië, Italiaans en Corsica, Frans ligt de prachtige La Maddalena Archipel, Sardijns, een van de mooiste eilandgroepen van de Middellandse Zee. Op het hoofdeiland ligt het huis van Garibaldi, op Corsica zijn sterfbed.
En als je dan de geschiedenis van deze antiklerikaal napluist kom je interessante zaken tegen, waaronder zijn strijd tegen de Zoeaven. Oorspronkelijk de Zuauas, jonge Kabylische Berbers die vanaf 1831 als hulptroepen het Franse leger in Algerije ondersteunden. En daarbij duiken plotseling namen op, zoals Douwe en Mathijs Walta uit Woerkom, Pieter Janszoon Jong,  Oudenbosch, pastoor Hellemons  en Lutjebroek, Hollandser kan bijna niet!
Want ‘Hollanders’, momenteel Nederlanders, die van dat ondernemend volkje, kom je over de gehele wereld tegen. Laten wij daar trots op zijn!
In het Nederlands taalgebied is het regiment Zuavi Pontifici ("Zoeaven van de Paus") het bekendst. Dit bestond uit katholieke vrijwilligers die onder de regering van paus Pius IX de Kerkelijke Staat verdedigden tegen de aanvallen van Victor Emanuel II, koning van Italië, en diens bondgenoot Giuseppe Garibaldi, een antiklerikaal liberaalnationalist. Deze paus had een oproep aan de gehele katholieke wereld gedaan om jonge, ongehuwde mannen te zenden om hem bij te staan teneinde de dreigende verwoesting van Rome te voorkomen.
De snit van hun uniformen was bijna gelijk aan die van de Franse Zoeaven, zij het dat tuniekjasje en broek waren uitgevoerd in grijs met rode biezen. Als hoofddeksel droegen de pauselijke troepen een kepie - een fez werd gezien als te islamitisch voor de katholieke strijders. In totaal kende het regiment 11.000 man, waaronder 3181 Nederlanders (het merendeel), 2964 Fransen, 1634 Belgen (voornamelijk Vlamingen), 700 Italianen en 500 Canadezen.
Hier een foto van een van de Hollandse Zoeaven en een van Giuseppe Garibaldi.

Douwe en Matthijs Walta uit Workum,    Giuseppe Garibaldi 1866
twee Nederlandse zoeaven van paus
Pius IX in 1870.

De Nederlanders gingen eerst naar Amsterdam, het aanmeldpunt, en vervolgens naar de West-Brabantse plaats Oudenbosch, het verzamelpunt. De pastoor van Oudenbosch, pastoor Hellemons, bijgenaamd de Zoeaven- pastoor, bood een groot aantal van hen onderdak in Pensionaat Saint Louis om daar voor hun uitzending naar Rome een eerste oefening te ondergaan. Daarna vertrokken ze per trein naar Marseille.
De Zoeaven waren de pauselijke zaak volledig toegewijd maar ze bleken onvoldoende getraind en moesten uiteindelijk, geconfronteerd met een Italiaanse overmacht, de strijd staken. Veel van de naar Nederland terugkerende Zoeaven raakten hun staatsburgerschap kwijt, omdat ze in vreemde krijgsdienst waren getreden zonder hiervoor toestemming aan koning Willem III te vragen.
Als blijvende herinnering aan de Zoeaven bouwden de Oudenbosschenaren onder de leiding van pastoor Hellemons de Basiliek van de H.H. Agatha en Barbara, een nabootsing van de grote Sint-Pietersbasiliek te Rome, met een standbeeld van de Zoeaven op het voorplein. In de jaren van het Rijke Roomsche Leven, pakweg de eerste helft van de twintigste eeuw, zouden veel oud-strijders met hun aanwezigheid in Zoeavenuniform hoogmissen en processies blijven opluisteren. De laatste Nederlandse Zoeaaf overleed kort na de Tweede Wereldoorlog. De herinnering aan de zoeaven wordt door enkele Oudenbosschenaren nog steeds levend gehouden, doordat zij in een Zoeavenuniform kerkelijke vieringen opluisteren. Verder is er een Zoeavenmuseum in Oudenbosch, gevestigd in het oude gemeentehuis van Oudenbosch aan de Markt. Een andere verwijzing naar de Zoeaven is de gelijknamige voetbalvereniging van Lutjebroek. Deze vereniging dankt haar naam aan een als Zoeaaf omgekomen plaatsgenoot, Pieter Janszoon Jong.
Naar aanleiding van Livorno en Leghorn zou ik nog terug komen op mijn hobby pluimvee en dit in het bijzonder in relatie tot het feit dat, waar men in de wereld ook komt, je overal ‘Hollanders’ tegenkomt, waar wij trots op moeten zijn.
In dat kader blijft voor mij daarom de vraag waarop ik tot op heden nog steeds geen definitief antwoord heb gevonden: Heeft de VOC bijgedragen tot het importeren van eenden, ganzen en kippen vanuit Azië naar Europa?
Is er hiervoor bewijs te vinden in de VOC musea, het Nationaal Archief. Liggen er nog manifesten, logboeken of vrachtbrieven ergens verborgen in een la of in een stoffige doos of kist op zolder?
Wie durft de uitdaging aan om dit uit te zoeken?
Een hele mooie en nog wel geschiedkundige klus!

Kenneth Broekman