October 20, 2020
Slecht voerende duiven

Slecht voerende duiven

Slecht voerende duiven
ntro
Bij het fokken van sierduiven komt het nog wel eens voor dat de ouders de jongen niet grootbrengen. Ze laten gewoon na een week de jongen verkommeren en beginnen aan een nieuw broedsel. Veel liefhebbers maken dan ook gebruik van zogenaamde ‘voedsterduiven’, dit zijn duiven die hun jongen wel goed grootbrengen. Je moet dan echter om een paar jongen te kweken het dubbele aantal duiven houden. Ruimte is dan vaak een groot probleem. Wat zijn de oorzaken, dat veel rassen bijna geen jong groot brengen? We zullen eens een paar dingen die van invloed zijn eens op een rijtje zetten.

Standaard
Er zijn rassen die door vergaande extremiteiten, korte snavels, kopvorm of neuswratten enz. hun jongen niet meer kunnen voeren zegt men. Is dit wel waar, is dit de oorzaak? Er zijn rassen die al honderden jaren zo gefokt worden. Het kan zijn dat wij het er bij bepaalde rassen er zelf uit hebben gefokt (geselecteerd). Een probleem is daarbij de inteelt; wij gooien daarmee ontzettend veel erfelijk materiaal weg. En wij maar denken dat we alleen maar zaken weg gooien waar we vanaf wilden, zoals te lange snavels en niet geheel ronde koppen! Mogelijk corrigeert de natuur zelf, je komt op een punt dat er geen of moeilijke vermeerdering optreedt. Dit is de waarschuwing dat je als fokker op de verkeerde weg bent.

Vele zijn het eens dat er een limiet moet zijn aan de steeds maar langere hals van een Maltheser Kipduif, zo ook aan de kropgrootte van een Norwich kropper. De meeste mensen hebben vooral problemen met technische ingrepen. Zoals b.v. het bijknippen van wratten van Carriers, het voortdurend moeten inkorten van kroppen bij bepaalde Spaanse sierduivenrassen wegens verzuringproblemen. idn poker

Of het door afbranden corrigeren van snavels bij Engelse Langvoorhoofdtuimelaars, waardoor het in sommige landen al acceptabel is dat de fokker z’n dieren tijdens de show met een sonde komt voeren!!!!

Als de oorzaak een proces van tientallen jaren van steeds weer aanscherpen van de raskenmerken is, waarbij het oorspronkelijke type volledig uit het oog is verloren, dan zal de standaard aangepast moeten worden; onder invloed van de wet dierenwelzijn komt dit proces al langzaam op gang.

Papvorming
Een duif is natuurlijk heel bijzonder, dat weet elke liefhebber: een duif is het snelst groeiende dier. Na 16 dagen is het geboortegewicht van ongeveer 12 gram bij een gemiddelde duif, 23 keer vermenigvuldig tot ongeveer 280 gram. De duif is de enige vogel die met een melkachtige substantie wordt groot gebracht. Als extra bijzonderheid komt daar nog bij, dat deze substantie, ook wel ‘pap’ genoemd, zowel door de vader als de moeder wordt geproduceerd.

Er zijn rassen die te driftig zijn, wordt verteld; de doffers zijn zo fel dat ze alweer gaan drijven terwijl het jong nog pap hoort te krijgen. Het jong wordt gevoerd met wat granen en veel water, of neemt helemaal geen voedsel op. Een hulpeloos jong kan daar niet op gedijen en gaat dood. Wat is de oorzaak? Is de papproductie gestopt en komt dan de seksuele drift weer naar boven, of is de seksuele drift zó groot dat het jong vergeten wordt en daardoor de papproductie stopt? De literatuur geeft op de vraag: is de papvorming de oorzaak dat de seksuele drang terug gedrongen wordt, geen antwoord voor zover ik weet. Kenners denken dat de duivenpap productie een hormoonkwestie is. Het is het één of het ander, net zo goed dat een ouderpaar niet in de rui valt (terwijl ze dat volgens de tijd van het jaar eigenlijk wel zou moeten) simpelweg omdat ze aan het broeden zijn.

Ik heb wel eens gelezen dat er vrouwen zijn, die geen eisprong krijgen in de tijd dat ze borstvoeding geven, maar ook dat is geen 100 % bewezen feit. Er zijn dan ook nog heel veel vragen, bijvoorbeeld, is het vormen van pap in de krop erfelijk bepaald en kunnen we dit in de stam kweken. Misschien is het mogelijk om met voer de papvorming te stimuleren. Dit is volgens mij nog nooit onderzocht. Postduiven produceren wél pap tot hun jongen 10 dagen oud zijn. Het is van postduiven bekend dat ze bijna nooit een jong dood laten gaan, of te vroeg aan een nieuw nest beginnen.

Deze pap, de zogeheten kropmelk wordt geproduceerd in de kropwand onder invloed van het hormoon prolactine, dat afgescheiden wordt door de hypofyse. De hypofyse is o.a. onder de invloed van de hoeveelheid licht verantwoordelijk voor de productie van eieren bij alle vogels. Het is dus goed mogelijk dat de papvorming van invloed is op de seksuele drift. Welke student, die nog een leuk onderzoek zoekt neemt de uitdaging aan?

Wie bang is dat zijn jonge duiven toch wat te kort komen kan ze met de hand wat korrels, bijvoorbeeld P40, toestoppen. Niet vergeten na de korrels ruim lauw water in de krop te spuiten; met een oude plastic injectiespuit zonder naald gaat dit uitstekend. Ook kan je de P40 korrels eerst laten weken en dan die pap inspuiten. De ervaring leert dat wanneer je ze in die kritieke periode zo’n twee dagen bijvoert, de ouderdieren daarna toch weer de verzorging op zich nemen.

Vrijheid
Een andere oorzaak kan verveling zijn; altijd maar in een kleine ruimte met veel soortgenoten. Alleen de mogelijkheid voor een snelle wip die weinig bevrediging biedt. Van nature is een duif een vlieger, niet slechts om voedsel te zoeken, maar ook voor het pure plezier. Een duif die op regelmatige tijden mag uitvliegen is daar al een uur van tevoren alert op.

Het minnespel vrij in de lucht is een lust voor het oog. De doffer verliest zijn duivin geen tel uit het oog, hij volgt haar constant, op een tiental centimeter afstand al haar wendingen volgend. Daarna probeert hij haar naar beneden te krijgen, als dat gelukt is volgt een uitgebreid liefkozen op het dak. Na de daad wordt weer klapwiekend het luchtruim gekozen. Dit heeft nog een positief element: onbevruchte eieren worden een zeldzaamheid.

Duiven vrij uit laten vliegen wil niet zeggen dat je ze de hele dag op het dak moet laten rondhangen. Een echte liefhebber heeft zijn duiven onder appèl, die laat ze 1 of 2 maal per dag een half uur tot een uurtje losvliegen en roept ze dan binnen. Je kunt ze dan goed in de gaten houden met het oog op roofvogels en katten. Op deze manier gehouden duiven zullen ook geen overlast voor de buren zijn. Door je buurtgenoten op de gedragingen in de lucht te wijzen, kun je soms hun belangstelling voor duiven opwekken.

Het uitwennen van duiven begint niet met het hok openzetten. Al weken van tevoren, eigenlijk moet je dit altijd doen, roep en fluit je voor dat je de duiven eten geeft. Je duiven herkennen je stem en weten dat er dan eten te halen is; zo kun je ze dan weer terug naar binnen lokken of ‘melken’. Als je zorgt dat ze trek hebben voor je ze loslaat is het geen enkel probleem, let wel trek, niet honger laten lijden. Als ze honger lijden en ze komen om de een of andere reden wat te ver van het hok terecht, lopen ze zó overal binnen en gaan niet op zoek naar het eigen hok.

Voor wie bang is dat zijn duiven het veld gaan bezoeken en daar een vergiftiging van kunstmest of zo oplopen, is hier een tip die ik kreeg van een postduivenmelker: Hij heeft voor zijn duiven een potje legmeel voor kippen in het hok staan, net als grit en mineralen. Zijn duiven gaan niet meer naar het veld, wat ze voordien veelvuldig deden. Op het veld zoeken duiven wat aanvulling op de voeding, legkorrels voorzien blijkbaar in de behoefte.

Tot slot
Wie op deze manier zijn duiven gaat houden krijgt nog meer plezier in zijn of haar hobby, ook je duiven varen er wel bij. Wat is er mooier dan op een mooie zomeravond van het spel van je duiven te genieten! De liefhebbers van rollers, kroppers, hoogvliegers of tuimelaars krijgen daar mogelijk nog wat extra’s bij, als de speciale raseigenschappen nog in de duiven aanwezig zijn.

IJsselstein juli 2003 Dirk de Jong